Suske en Wiske op het WWW
Suske en Wiske op het WWW
Suske en Wiske

Studio Vandersteen

De Studio in het verleden


Index
Intro

Eugeen Goossens, Willy Vandersteen en Eduard De Rop Al vanaf het begin van zijn loopbaan heeft Willy Vandersteen assistenten in dienst genomen die hem hielpen bij het uitwerken van de strips die hij bedacht. Door het grote aantal reeksen die hij op poten zette kon hij het werk al snel niet meer alleen aan. Voor alle series had hij assistenten in dienst. Vaak begonnen deze medewerkers met het uitwerken van de scenario's en schetsen van Vandersteen. Na verloop van tijd kregen ze de meest getalenteerde tekenaars en scenaristen vaak de gelegenheid om de reeksen waar ze aan werkten op eigen kracht voort te zetten.
Op deze pagina staat geen compleet overzicht van alle Studio-medewerkers door de jaren heen. Vooralsnog staan hier alleen de personen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de avonturen van Suske en Wiske.

François Joseph Herman

Waarschijnlijk de eerste medewerker van Willy Vandersteen, hoewel dat niet met zekerheid is te achterhalen. De eerste stroken die hij heeft geinkt zijn terug te vinden aan het eind van De mottenvanger. Daarna heeft hij nog aan diverse verhalen meegewerkt, zowel voor de krant als voor het weekblad Kuifje. De medewerking van Herman beperkte zich niet tot Suske en Wiske, ook aan andere verhalen van Vandersteen heeft hij zijn steentje bijgedragen.

Karel Verschuere

Karel Verschuere

Een van de belangrijkste medewerkers van Vandersteen in de jaren '50 en '60. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het succes van de reeks Bessy. De invloed van Verschuere op deze reeks is zelfs zo groot dat, voor de eerste en enige keer in de cariere van Vandersteen gebruik wordt gemaakt van een pseudoniem waarin ook de naam van zijn medewerker naar voren komt: WiRel (Een samentrekking van Willy en Karel.)
Verder heeft Karel Verschuere onder andere ook nog meegewerkt aan reeksen als: De Rode Ridder en Karl May.
Aangezien zijn talenten voornamelijk op het realistische vlak lagen heeft hij over het algemeen alleen in dat genre werk verricht. Het karikaturale van een reeks als Suske en Wiske beviel hem niet zo. Toch zijn er een paar verhalen waarin werk van zijn hand is opgenomen. In De lachende wolf had hij de taak om Karel Boumans in te werken, waarbij hij zelf ook een deel van het inktwerk heeft gedaan. De belangrijkste bijdrage van Verschuere aan het Suske en Wiske-universum doet zich echter voor bij De rammelende rally. Een verhaal ter promotie van het toerisme in de provincie Antwerpen dat hij samen met Vandersteen heeft geschreven en getekend.

Karel Boumans

In september 1952 kwam deze tekenaar in dienst bij Vandersteen. Zijn eerste taak bestond uit het letteren van de tekstballonnen voor diverse verhalen. In datzelfde jaar heeft hij ook nog de achtergronden getekend voor het verhaal Het vliegende hart, dat verscheen in het katholieke blad De Bond.
Na afloop van het hiervoor genoemde avontuur startte in hetzelfde tijdschrift de gagstrip De avonturen van Lambik. Karel Boumans heeft een groot aandeel gehad in het tekenwerk van deze reeks. Naarmate de serie langer liep droeg Vandersteen de verantwoordelijkheid voor dit produkt steeds meer over aan zijn medewerker.
Veel Suske en Wiske-verhalen, zowel voor de krant als voor Kuifje zijn door hem in inkt gezet. Voor de Kuifje-verhalen nam hij bovendien ook nog het inkleuren voor zijn rekening.
De medewerking van Boumans aan het oeuvre van Willy Vandersteen eindigde in 1959, vrijwel gelijktijdig met het stopzetten van het werk voor Kuifje.
Buiten Studio Vandersteen maakte hij voor het weekblad Ohee een paar eigen verhalen zoals Bert Crak en Roel Harding. Aan het begin van de jaren zeventig hielp hij Jef Nys met Jommeke. In 1977 nam hij de reeks De lustige Kapoentjes over van Hurey.
Op 3 april 2003 overleed Karel Boumans aan de gevolgen van een hersenbloeding, hij was toen 71 jaar.

Eduard De Rop

Eduard De Rop

Een dag na het vertrek van Karel Boumans, op 1 april 1959 trad Eduard De Rop in dienst van Vandersteen. Het zou het begin blijken te zijn van een langdurige carrière in de schaduw van de meester.
De eerste verhalen waar hij, als inkter, aan heeft meegewerkt zijn: Het vliegende bed, De grappen van Lambik en de laatste platen van Het gouden paard.
De Rop heeft zo lang bij Vandersteen gewerkt dat deze zelf niet meer precies wist wanneer de verbintenis nu precies was begonnen. Zo vertelde hij in een interview voor de Stripschrift special over Suske en Wiske dat Eduard De Rop zeker al had meegewerkt aan Het Spaanse spook. Toen dat verhaal werd getekend duurde het echter nog zo'n tien jaar voordat De Rop zijn eerste werk voor Studio Vandersteen zou verrichten.
Nadat Vandersteen de scepter had overgedragen aan Paul Geerts bleef Eduard De Rop gewoon doorgaan met het inkten van de Suske en Wiske-verhalen. Het laatste verhaal uit deze reeks waar hij aan heeft gewerkt is De hippe heksen.
Na een lange ziekte overleed Eduard De Rop op 3 december 2007, op 79-jarige leeftijd.

Eugeen Goossens

Eugeen Goossens

Eugeen heeft in het begin van zijn carriere bij Vandersteen, zoals zovelen voor hem meegewerkt aan de produktie van Bessy-verhalen voor de Duitse markt. In 1965 maakte hij zijn debuut bij Studio Vandersteen met het verzorgen van de verhalen van de vernieuwde reeks De familie Snoek. Na deze eerste werkzaamheden heeft hij ook nog meegewerkt aan de reeksen Jerom en Karl May.
In de "periode Paul Geerts" heeft hij ook, al dan niet in samenwerking met Eduard De Rop, de inkting verzorgd van diverse Suske en Wiske-verhalen. Naast dat inktwerk is hij ook verantwoordelijk voor enkele korte verhalen zoals Suske en Wiske in het Zeeuws museum, een uitgave ter gelegenheid van een Vandersteen-tentoonstelling in Middelburg, en Fata Morgana, een speciaal album voor De Efteling.

Liliane Govers

Liliane Govers

Deze assistente van Paul Geerts werkte vanaf 1980 voor Studio Vandersteen. Haar voornaamste taak bestond uit de zorg voor de administratie en de correspondentie. Bovendien zorgde ze vele jaren voor het letteren van alle Suske en Wiske-verhalen.
Naast het letteren heeft ze zich in de loop der tijd ook nu en dan bezig gehouden met het inkten van diverse verhalen. Vaak betrof dit avonturen met een speciaal karakter zoals De parel in de lotusbloem en De 7 schaken.
Bovendien heeft ze, geïnspireerd door een vakantie in Engeland, het idee geleverd voor het verhaal De krachtige krans.
In de loop van 2002 is het dienstverband van Liliane bij Studio Vandersteen beëindigd.

Walter Van Gasse

Walter Van Gasse

Na de pensionering van Paul Geerts in 2001 nam de werkdruk van Marc Verhaegen aanzienlijk toe. Om deze druk wat te verminderen werd eind 2002 Walter Van Gasse aangenomen om hem te assisteren bij het tekenen. Als assistent werkt hij de blauwe schetsen van Marc uit met potlood en maakt ze gereed om geïnkt te worden. Ook werd hij steeds meer verantwoordelijk voor de achtergronden in de tekeningen. Die taak is later weer overgenomen door Peter Quirijnen.
Naast het uitwerken van tekeningen kreeg Walter ook de kans om zelf het tekenwerk te verzorgen. Na enkele korte verhalen maakte hij samen met Peter Van Gucht ook een avontuur op volledige lengte, De flierende fluiter.
Begin 2006 verliet Walter de Studio om te gaan werken aan een reeks animatiefilms.

Rita Bernaers

Rita Bernaers

In vier kleuren. Met deze enthousiaste kreet werden vanaf de eerste druk van nummer 67 (De poenschepper) de nieuwe albums aangekondigd. Dat album betekende een breuk met het verleden waarin de verhalen ongekleurd of slechts met een steunkleur werden uitgebracht.
De lay-out van de albums veranderde aanzienlijk door de introductie van de kleuren. Verantwoordelijk voor het kleurrijke uiterlijk van de meeste verhalen die sinds die tijd verschenen is Rita Bernaers. Zij is al in 1971 begonnen met het inkleuren van de tekeningen.
De gebruikte kleuren werden deels door haar zelf bepaald en gedeeltelijk ook op aanwijzen van de tekenaar en/of aan de hand van documentatie samengesteld.
In tegenstelling tot de andere personen die aan Suske en Wiske werken was Rita in dienst bij de Standaard Uitgeverij en niet bij Studio Vandersteen.
In 2006 ging Rita met pensioen.

Isabelle Van Laerhoven

Isabelle Van Laerhoven

Vanaf begin 2006 is er een nieuwe inkleurster, als feelancer, werkzaam bij Studio Vandersteen, Isabelle Van Laerhoven.
Omdat Rita Bernaers in 2006 met pensioen gaat moest de Studio een beslissing nemen over hoe men de inkleuring van de strips voortaan wilde gaan doen. Tot dusver werden de zwart/wit stroken naar de uitgeverij gestuurd waar ze werden ingekleurd door Rita Bernaers. Voortaan zal de Studio ook de inkleuring volledig voor haar rekening nemen, hiervoor is Isabelle aangenomen.
Isabelle heeft een opleiding Publiciteit/Grafische vormgeving gevolgd aan het Sint-Maria instituut te Antwerpen. Tijdens die studie liep ze stage bij Standaard Uitgeverij. Na afronding van de opleiding kon ze bij de uitgeverij aan de slag als desktop publisher. Hier leerde ze ook van de Studio-medewerkers hoe een stripplaat wordt ingekleurd.
Na de uitgeverij werkte ze ook nog een tijdje bij Aksent (grafische projecten) waar ze haar kennis kon uitbreiden. Als volgende stap in haar carrière besloot ze om zelfstandig te gaan werken als vormgever van boeken en tijdschriften en als inkleurster van strips en kinderboeken.
Als freelancer werkte Isabelle weer voor de Standaard Uitgeverij maar ook voor andere opdrachtgevers. Bij de SU heeft ze gewerkt aan Suske en Wiske, maar ook aan andere reeksen zoals De Rode Ridder, Klein Suske en Wiske en De grappen van Lambik. Andere stripreeksen waar ze de inkleuring voor verzorgde zijn b.v. Mieleke, Melleke, Mol, van Dirk Stallaert en Urbanus en het tweede album van de serie LINK (In hart en nieren) van Steve Van Bael.
Naast strips deed ze ook de inkleuring voor de Pit en Puf kinderboeken Het spook in het bos en Kie de mus.
Het eerste verhaal van Suske en Wiske waarvoor Isabelle namens Studio Vandersteen de inkleuring verzorgde is De bangeschieters.

Charel Cambré

Charel Cambré

Toen het tekenteam na de wisseling van de wacht, begin 2005, moest worden uitgebreid kwam Charel Cambré bij de Studio werken.
Cambré is illustrator en animatiefilmer. Hij werkte mee aan diverse buitenlandse tekenfilms en tekende cartoons voor een aantal tijdschriften. Ook heeft hij de strip Streetkids gemaakt, die in het Suske en Wiske weekblad werd gepubliceerd.
Hij heeft 3 jaar de de opleiding kunsthumaniora in Lier gevolgd en voltooide zijn studies in Gent waar hij nog 4 jaar studeerde aan de academie van animatiefilm.
Voor het magazine Dag Allemaal tekende Cambré de serie De Pfaffs, gebaseerd op de populaire docusoap rond ex-keeper Jean Marie Pfaff.
In 2004 begon de tekenaar namens Studio 100 ook met de verstripping van een andere tv-serie. Van de soap Spring, die in Vlaanderen wordt uitgezonden op Ketnet, heeft Cambré inmiddels al vier albums getekend. De scenario's van de eerste delen uit deze reeks zijn geschreven door Hans Bourlon waarna ze gedeeltelijk werden bewerkt door Luc Morjaeu .
Bij Studio Vandersteen kwam Charel Cambré naast Morjaeu nog een bekende tegen. Bij Studio 100 werkte hij ook al eens samen met Bruno De Roover.
In 2007 begon Charel met een eigen stripreeks, Jump. Door het werk aan deze strip kwam zijn bijdrage aan Suske en Wiske op een lager pitje te staan. Hij bleef echter nog wel een tijdje betrokken bij de reeks.
De bekendste bijdrage van Charel Cambré aan het Suske en Wiske-universum is Amoras. Deze zesdelige spin-off reeks maakt hij sinds 2013 samen met scenarist Marc Legendre.

Peter Quirijnen

Peter Quirijnen

In 2003 is Peter Quirijnen toegetreden tot Studio Vandersteen. Hij werkt vanaf het verhaal De breinbrekers mee aan het uitwerken van de achtergronden.
Voordat Peter begon als assistent van Marc Verhaegen heeft hij al ervaring opgedaan op stripgebied. Bij Studio 100 maakte hij de strip Wizzy en Woppy. Eerder heeft hij ook, samen met Walter Van Gasse, gewerkt aan het uitwerken van de decors van diverse tekenfilms.
Na het verzorgen van de decors voor vele albums die door het team onder leiding van Morjaeu en Van Gucht zijn gemaakt vertrok Peter in september 2013 bij de Studio.