Wattman
![]() |
![]() Index |
![]() |
Rode reeks no. 71 (1e druk: juni 1967)
De aankondiging van het nieuwe Suske en Wiske-verhaal Wattman verscheen in De Standaard op zaterdag 12 november 1966. Twee dagen later, maandag 14 november 1966, begon de voorpublicatie en die eindigde donderdag 23 maart 1967.
In juni 1967 lag het verhaal als eerste druk in de winkels.
Al bij het lezen van de aankondiging valt op waar Abraham, pardon Willy, de mosterd vandaan heeft gehaald, namelijk bij de tv-reeks Batman!
Deze destijds ongelooflijk populaire tv-reeks werd geproduceerd van 1966 t.e.m. 1968 door de zender ABC en de tv-pionier William Dozier (*1908 - +1991).
Het was Dozier, die de geniaal zotte inval had om alles te overdrijven, zodat de volwassenen het leuk zouden vinden, maar ook dat de kinderen erdoor geboeid bleven. Alles moest bont en poppig zijn! Donkere kleuren werden gemeden als de pest. Het moest lijken op een bewegend stripverhaal. Men ging zelfs zover om typische uitdrukkingen, die alleen maar in stripverhalen voorkomen, te gebruiken, zoals "POW", "ZACK", "BOFF", "TWANG" enz., enz. Deze uitdrukkingen werden dan als een soort tekstbalonnetje toegevoegd aan het gebeuren.
De formule van Dozier ging op en Batman werd binnen de kortste tijd cult, zodat zelfs bekende en gerenomeerde acteurs, die normaal gezien nooit in een tv-reeks mee wilden spelen, plotseling moeite deden om een kleine gastrol te kunnen krijgen in deze destijds immens populaire tv-reeks.
Zo is de lijst van gaststerren dan ook een Who's who onder de toenmalige Hollywood-acteurs: Sammy Davis Jr. (*1925 - +1990), Milton Berle (*1909 - +2002) , Vincent Price (*1911- +1993), Joan Collins (*1933), Liberace (*1919 - +1987) en Shelley Winters (*1922) om er maar enige te noemen.
Batman en Robin werden vertolkt door twee geheel onbekende acteurs, namelijk Adam West (*1928) als Batman en Burt Ward (*1945) als Robin.
Batman sloeg in als een bom, zowel in de Verenigde Staten als ook in Japan en Europa. In die tijd was het nauwelijks mogelijk geen kind op straat aan te treffen, die niet de tune "DADADADA! BÁÁÁTMÁÁÁN!!!" zong!
Merchandiseprodukten rond Batman waren natuurlijk de grote verkoophits in die tijd. Geen jongen die niet Batman wilde zijn! Batman was gewoonweg hip!
Door dit succes werd door ABC meteen een tweede seizoen besteld. Ook het tweede seizoen was enorm succesrijk en zodoende werd er al bij voorbaat een derde seizoen besteld. Echter... zoals altijd bij hypes, kwam er plots en ook onverwacht een einde aan. De interesse van het tv-minnend publiek verdween en Batman stierf een roemloos einde. In 1968, na 120 doldrieste afleveringen, was alles voorbij!
Het waren Bob Kane (*1915- +1998) en William "Bill" Finger (*1914 - +1974).
Sinds de vroege jaren 30 van de vorige eeuw doken regelmatig nieuwe helden op in de Amerikaanse stripwereld, zoals The Shadow, Tarzan, Doc Savage, Flash Gordon, Buck Rogers en The Phantom, om er maar enige te noemen. Ze werden stuk voor stuk een succes en het Amerikaanse stripminnende publiek wilde steeds meer nieuwe helden zien. In 1938 zag de ultieme en daarmee ook de meest Amerikaanse held het daglicht, nl. Superman!
Superman vertegenwoordigde als geen ander de idealen en de waarden van de democratie, zoals vrijheid en het recht om zich te verdedigen als deze vrijheid werd aangetast. Zo hoeft men niet verbaasd te staan dat Superman in de begin jaren 40 van de vorige eeuw, dus tijdens de 2e Wereldoorlog (1939 - 1945), aan de kant van de gewone Amerikaanse soldaat tegen Nazi's en boosaardige Japanners vocht.
Met elk nieuw avontuur van Superman stegen de oplages. Zodoende ontstond er een nog grotere behoefte aan nieuwe helden. Bill Finger en Bob Kane kregen van Detective Comics (DC) in 1938 de opdracht een nieuwe gemaskerde held te ontwikkelen en niet lang daarna kwamen ze met het concept van een gemaskerde man in een soort vleermuispak, die geen superkrachten had en zich door gadgets wist te helpen. Zijn doel was het vooral om de wereld van onrecht te bevrijden, op wat voor manier dan ook!Batman verscheen voor het eerst in Detective-Comics #27, de uitgave van mei 1939.
Binnen korte tijd werd ook Batman een grandioos succes en in het begin van het jaar 1940 werd Batman een eigen stripreeks. Nog in het jaar 1940 kreeg Batman hulp d.m.v. een weeskind. Dit weeskind heette (... wie het nu nog altijd niet weet, moet zich eigenlijk schamen) Robin! Sindsdien is dit duo niet meer uit de stripwereld weg te denken. Ze zijn zo door de jaren een bestanddeel van onze hedendaagse popcultuur geworden.
Door dit succes begin jaren 40 werd ook de Amerikaanse filmindustrie op dit duo opmerkzaam en al in 1943 verschenen de vleermuisman en zijn hulpje in 15 episodes op het witte doek. Batman werd vertolkt door Lewis Wilson (*1920 - +2000; tevens de vader van de medeproducent van de "James Bond"-films, Michael G. Wilson) en Robin door Douglas Croft (*1926 - +1963).
De jaren 40 waren tegelijkertijd ook het tijdperk der serials en dat zijn meerdelige, ongeveer 20 minuten lang durende, episodes die in de bioscoop tussen het wekelijke nieuws en de hoofdfilm werden getoond. Om het publiek steeds opnieuw in de bioscoop te lokken, eindigde elke episode steeds met een intens spannende "cliffhanger"!
Andere serials uit die tijd, naast Batman, waren o.a. Captain Marvel, Captain America, Flash Gordon, The Phantom en natuurlijk Superman.
In tegenstelling tot de stripreeks vocht Batman in de jaren 40 in de bioscoop wel tegen de boze Japanners. De gemene Japanse spion Dr. Tito Daka, vertolkt door de acteur J. Carrol Naish (*1897 - +1974) wil arme, onschuldige Amerikanen in willoze zombies veranderen, die hem dan moeten helpen om Amerika te veroveren. Dat mag natuurlijk niet en zodoende vechten Batman en Robin 15 episodes lang tegen deze gevaarlijke spion.
In het jaar 1949 kwam dan de tweede serial met de titel Batman and Robin op het witte doek. Deze bestond, net als haar voorganger, ook uit 15 episodes. Deze serial is vooral berucht geworden door de slechtzittende pakken van de beide hoofdacteurs Robert Lowery (*1913 - +1971) als Batman en John Duncan (*1923) als Robin.
In de jaren 60 van de vorige eeuw werd het medium televisie steeds populairder en door de kwalitatieve opleving van de strip en de daarmee verbonden omzet werd Batman ook voor dit medium interessant, zoals men hierboven reeds kon lezen. Na het schorsen van de tv-serie aan het einde van de jaren 60 kwam Batman in de jaren 70 twee keer terug op de televisie, namelijk in een geanimeerde versie. Eén keer begin jaren 70 in 17 episodes die ongeveer 30 minuten duurden onder de titel "The adventures of Batman" en de andere keer in 1977. Dit keer waren het 16 episodes á 30 minuten en dit keer als New adventures of Batman.
De kwaliteit van deze beide series gold onder de fans toen al als ondermaats en als gevolg hiervan werden beide ook geen succes.
De jaren 70 waren ook voor de stripreeks Batman kwalitatief gezien niet rooskleurig. Steeds opnieuw moest hij tegen de meest belachelijke superschurken vechten. Fans in die tijd betreurden ook dat er te weinig diepgang in de verhalen zat. Pas aan het eind van de jaren 70 kwam hier langzaam maar zeker een verandering in. Sociale en zelfs politieke thema's begonnen begin jaren 80 in de stripreeks een steeds grotere rol te spelen en ook de superschurken werden weer interessanter. De ultieme terugkeer voor Batman was niet meer tegen te houden en zo gebeurde wat gebeuren moest.
Batman keerde in 1986 terug en veroverde zich een van de voorste plaatsen in het stripgebeuren en houdt die kwalitatief gezien nog steeds vast.
In 1986 presenteerde namelijk de getalenteerde schrijver en tekenaar Frank Miller (*1957) zijn versie van Batman onder de titel The Dark Knight Returns!
In deze versie is Bruce Wayne alias Batman een psychisch gebroken man die langzaam moet opkrabbelen om tegen zijn vijanden te vechten, die in tegenstelling tot hem wel met hun psychische aandoeningen leven en daaruit zelfs voordelen hebben ten nadele van de bewoners van Gotham-City.
Deze psychologische uitleg van Batman beviel ook Hollywood en zodoende duurde het niet lang totdat de vermaarde, jonge regisseur Tim Burton (*1958) in 1988 van de filmmaatschappij Warner de opdracht kreeg om een nieuwe Batman-film in beeld te zetten. Snel vond Burton ook drie acteurs met een uitstekende reputatie die de hoofdrollen wilden spelen. Michael Keaton (* 1951) speelde Batman, Kim Basinger (*1953) de jounaliste Vicky Vale en Jack Nicholson (*1937) werd gecast als de schurk The Joker.
De film Batman kwam in 1989 in de bioscopen, brak alle voorgaande records van kaskrakers en veroorzaakte wereldwijd een rage!
Dit was te danken aan de duistere sfeer, die Burton schiep in zijn film om Gotham in beeld te krijgen. Hij liet Gotham zien als een moloch, die al het leven opzuigt en gebroken mensen uitspuugt. Natuurlijk is een gedeelte van het succes ook te danken aan het fantastische acteertalent van Jack Nicholson. Zijn versie van The Joker is gewoon heerlijk!
De soundtrack van Prince (*1957) steunde dit nog door wereldwijd wekenlang op de eerste plaatsen van diverse hitparades te staan.
De merchandise rond de artikelen van Batman sprak ook boekdelen. Niets wat niet mogelijk was werd gretig gekocht door het publiek. Mokken, parfum, batmobiles in alle vormen en maten, actionfigures, logo's in alle groottes, batmanschijnwerpers enz, enz.
Ofschoon de filmmaatschappij Warner graag zou hebben gezien dat Burton meteen een tweede deel zou gaan draaien, nam deze drie jaar de tijd voor het tweede deel. De reden hiervoor was dat hij de scripts niet goed genoeg vond. Eerst het script van Daniel Waters vond de toestemming van Burton.
In 1992 kwam Batman Returns met alweer Michael Keaton als Batman en dit keer Michelle Pfeifer (*1958) als Catwoman en Danny DeVito (*1944) als Penguin als tegenstanders van de vleermuisman. Vooral de sexy Michelle Pfeifer ging in haar rol op!
Ook deze Batman-film was een enorm succes. Zo stond niets deel 3 in de weg.
Warner had echtger buiten de waard gerekend met Burton en Keaton. Beiden hielden het voor gezien. Burton wlde alleen nog maar uitvoerend producent zijn en meer niet en Keaton wilde niet tot mr. Batman worden en wilde andere rollen.
Warner contacteerde de regisseur Joel Schumacher (*1939) en die voelde er wel wat voor. Schumacher wilde de op roemrijke filmreeks, net als Burton, zijn eigen stempel drukken en liet de formule van zijn voorganger los. Hierdoor werd alles bonter en ook humoristischer. Als Batman kreeg hij de acteur Val Kilmer (*1959) aan de haak en als de schurken the Riddler en Two-Face kreeg hij Jim Carrey (*1962) en Tommy Lee Jones (*1946). Wat Burton vermeden had, deed Schumacher wel. Robin kwam als kameraad van Batman weer tevoorschijn en die werd gespeeld door Chris O` Donnel (*1970).
In 1995 kwam Batman Forever in de bioscopen en was als verwacht een succes. Dit succes werd nog ondersteund door de soundtrack met diverse bekende groepen en zangers, zoals Seal, The Offspring en Nick Cave. De song "Hold me, Thrill me, Kiss me, Kill me" van de Ierse rockband U2 stond wekenlang bovenaan in de hitparades.
Schumacher zag zich bevestigd in zijn formule om een Batmanfilm te maken en stortte zich op zijn volgende Batmanproject Batman and Robin. Alles moest nog bonter worden en de humor moest ervan af druipen! Hierbij verloor hij iets uit het oog, waar de drie voorgaande Batmanfilms steeds op gebaseerd waren, nl. de psychologische achtergrond.
De strijd tussen goed en kwaad was weer zoals vanouds zwart-wit. Batman, Robin en Batgirl zijn de goeden en Mr. Freeze en Poison Ivy zijn de slechten.
Ook wilde Schumacher meer effecten, actie en ... wereldberoemde acteurs! Warner gaf toe en zo kregen George Clooney (*1961) als Batman, Arnold Schwarzenegger (*1947) als Mr. Freeze, Alicia Silverstone (*1976) als Batgirl en Uma Thurman (*1970) als Poison Ivy de eer in een Batman-film mee te spelen.
Men merkt het! Dit alles werd een groot spektakel en zo vatte het publiek het ook op.
"Batman and Robin" werd in 1997 een van de grootste flops in de bioscopen. Warner begon zijn wonden te likken na dit fiasco en het zou lang duren voordat de duistere ridder weer terugkwam op het witte doek.
Niet alleen in de bioscopen was Batman in de jaren 90 actief, maar ook op de televisie. In tegenstelling tot de twee belachelijk geanimeerde tekenfilmseries uit de jaren 70 waren de drie tekenfilmseries buitengewoon goed gemaakt en zodoende niet alleen voor de jongsten interessant.
De eerste liep van 1992 tot 1995 en heette Batman - The Animated Series. In het geheel werden er 85 afleveringen geproduceerd die steeds 30 minuten duurden.
Deze eerste serie was zelfs zo met succes gezegend dat er drie lange, geanimeerde, tv-films geproduceerd werden, nl. Batman: Mask of the Phantasm (1993), Batman & Mr. Freeze: Subzero (1998) en Batman: Mystery of the Batwoman (2003).
De andere twee opvolgers van de eerste genaimeerde reeks uit de jaren 90 waren The New Batman Superman Adventures (1997 - 2000) en Batman Beyond/Batman of the Future (1999 - 2001).
Deze series waren ook succesrijk en zodoende produceerde men ook hiervan lange, geanimeerde tv-films: The Batman/Superman Movie (1998), Batman Beyond: The Movie (1999) en Batman Beyond: Return of the Joker (2000).
Na de grote flop van Batman and Robin in 1997 bleef het lang rustig rond de vleermuisman. Weliswaar waren er genoeg geruchten, zoals o.a dat Tim Burton Frank Millers The Return of the Dark Knight wilde verfilmen, maar uiteindelijk waren dit maar geruchten. Begin 21e eeuw kwam er weer schot in films waarin superhelden een grote rol spelen. Uitgerekend de concurrentie van DC (uitgever van Batman en Superman), nl. Marvel, had het geluk haar creaties als een avondvullende speelfilm te zien. Met succes vormden de X-Men in het jaar 2000 het begin van een nieuwe serie films over superhelden!
In het kielzog van de weerzinwekkende terreurdaad van Al-Qaeda op 11 september 2001, door met lijnvliegtuigen in het Worldtrade-Center te vliegen, kwam Spiderman (2002) op de proppen. Het door de terreurdaad geschonden Amerika had helden nodig en zodoende kwam Spiderman precies op het juiste moment en fungeerde als een pleister op de wonde.
Hoewel er ook superheldenfilms waren die flopten, zoals The Hulk (2003) en Daredevil (2003), toch wilde Amerika meer van deze rolprenten zien en in 2003 zag X-Men 2 met succes het daglicht. In 2004 kwam de immens populaire Spiderman weer in een tweede deel terug en ook dit keer sloeg de film in als een bom.
Warner, al een tijdlang bezorgd over het succes van Spiderman en co., kon dit niet op zich laten zitten en kwam in hetzelfde jaar met een verfilming van Catwoman, met Halle Berry (*1966) in de hoofdrol. De film flopte jammerlijk!
Warner gaf niet op en bracht in 2005 Batman Begins uit!
Chris Nolan (*1970), de regisseur, zette de nieuwe Batmanfilm nuchter en zo ook realistischer in beeld als Burton en zeer zeker Schumacher en met Christian Bale (*1977) heeft hij ook de perfecte Batman gekregen.
De film beviel het publiek zeer goed en al moest Batman het afleggen tegen de iets succesvollere The Fantastic Four, Warner was tevreden! Batman is back again!!!
De toekomst voor Batman als held op het grote doek ziet er dus weer rooskleurig uit!
De figuur Wattman uit dit gelijknamige verhaal is in tegenstelling tot Batman géén held. Men kan hem eerder als een anti-held zien. Een tragische, door het leven diep ontgoochelde man! Na jaren hard werken, kort voor zijn pensioen, wordt hij gewoonweg aan de kant gezet door de technische vooruitgang en de reorganisaties die daardoor ontstaan.
Dit verhaal is ook een aanklacht van Willy Vandersteen tegen het steeds jachtiger wordende leven, wat vooral sinds het midden van de jaren 60 duidelijk werd. De op volle toeren draaiende economie begon haar eerste slachtoffers te eisen en vele oude beroepen gingen ten onder, zoals bv. de tramchauffeur. Tegen het einde van de jaren 60 en in het begin van de jaren 70 verdwenen de trams voorgoed uit het stadsverkeer en werden vervangen door de flexibeler inzetbare lijnbussen.
Net als in De briesende bruid zijn de avonturen die onze vrienden dankzij de Teletijdmachine van professor Barabas in het verleden beleven, karikaturaal bedoeld. Eender welk avontuur, zij het in de prehistorie, in de middeleeuwen of in het tijdperk van de barok, ze zijn een spiegel van de tijd uit de laatste helft van de jaren 60.
In de gebeurtenissen uit de prehistorie neemt Willy Vandersteen de toenmalige situatie met de openlijke uitdraging van de Koude Oorlog in Vietnam op de hak. Een sterk stukje dialoog vindt plaats in de twee stroken rond nummer 76:
Wattman: "Hé makker, waarom vechten ze daar?"
Holbewoner: "Pf! Dat duurt al een paar miljoen jaren... Voor de vrede natuurlijk!"
Wattman: "Is er dan niemand die hen kan doen ophouden?"
Holbewoner: "Ja, we hebben een holbewonersbond die de oorlog moet stopzetten!"
Wattman: "Waarom grijpt die bond dan niet in?"
Holbewoner: "Ja, kijk... De leden van de bond zouden wel willen, zeggen ze, maar...
(in het volgende plaatje gaat de tekst verder)
Holbewoner: "...ze hebben geen tijd, want zij moeten de wapens leveren!"
Holbewoner: "Je mag ook niet vergeten dat wij maar onderontwikkelden zijn, he! Vanwaar komen jullie?"
Wattman: "Heu... laten we zeggen uit de negentiende [???] eeuw!" (Komt Wattman niet uit de 20e eeuw?)
Holbewoner: "Dan zijn jullie al beschaafd! Bij jullie is de oorlog al afgeschaft, zeker?"
De humor in deze dialoog ligt voor de hand als men ze met de situatie van toen vergelijkt. Wie beweert dat Willy Vandersteen niet cynisch kon zijn, moet dit stukje tekst maar goed voor ogen houden.
Niet alleen bij de aanduiding van het tijdperk waar tram 7 vandaan is gekomen is er een fout ontstaan, maar ook met het in beeld zetten van de prehistorie!
Dinosauriërs en de oermensen kunnen nooit samen de aarde gedeeld hebben, want met het verschijnen van de oermens zo'n dikke 1.000.000 jaar geleden, waren de dinosauriërs al 64.000.000 jaar uitgestorven!
De oermensen deelden de aarde met reusachtige zoogdieren, zoals de mammoets, de oer-ossen, reuzeherten, holenleeuwen en wolneushoorns om er maar enige te noemen.
Deze foutieve opvatting van het leven in de prehistorie is niet door Willy in de wereld gezet, maar is beetje bij beetje ontstaan.
Naarmate de wetenschap der natuurhistorie zich ontwikkelde tegen het einde van de 19e eeuw (dit keer is de aanduiding van de eeuw juist) en ook de samenleving er weet van begon te krijgen, begon men zich voor te stellen hoe klein men tegenover bepaalde voorhistorische dieren en dan vooral de sauriërs was. Toen ook nog vondsten van oermensen en dan in het bijzonder de Neanderthalers (Homo Sapiens Neanderthalensis) bekend werden, begon men in het begin van de 20e eeuw bewust of onbewust de tijdperken door elkaar te halen.
Vooral auteurs van avonturenromans zoals Henry Rider Haggard (*1856 - +1925) en sir Arthur Conan Doyle (*1859 - +1930) mengden graag historische tijdperken door elkaar, zodat er naast sauriërs ook oermensen in voorkwamen, maar ook filmmakers deden dit graag. De twee bekendste cineastische voorbeelden waarin oermensen samen met sauriërs leefden zijn beide afkomstig van de Britse filmmaatschappij Hammer, nl. One Million Years B. C. uit het jaar 1966 en When Dinosaurs Ruled the Earth uit 1969.
Stripauteurs zoals Willy Vandersteen namen deze onjuistheden bewust op de koop toe, zodoende konden zij spanning en actie brengen in het verhaal. Naast Wattman deed hij dit ook in de klassieker De groene splinter.
Zijn opvolger Paul Geerts vond deze natuurhistorische onjuistheid ook niet erg en presenteerde De malle mergpijp.
Ja, ook Marc Verhaegen presenteerde een Suske en Wiske-verhaal met oermensen en sauriërs, nl. het vervolg op De malle mergpijp met de titel De slimme slapjanus.
Een ander foute opvatting over dinosauriërs is, dat zij niet intelligent genoeg waren, dus dom waren. Niets is minder waar! Integendeel!
Heden ten dage zijn de paleontologen het met elkaar eens dat het met de dinosauriërs zo gesteld was als het nu met ons zoogdieren is. De carnivoren, dus de roofdieren, moesten wel intelligent en snel zijn om te overleven en dat gaat niet zonder hersenen, maar ook de herbivoren, de planteneters, moesten een bepaalde intelligentie bezitten om te overleven. Nu kan men wel beweren: "Hé, er zijn echter dino's die hersenen bezaten die niet groter zijn als een walnoot!" Ja, dit is waar!
Eén zo'n dier is de stegosaurus, maar hij heeft zijn hersenen "in tweeën gedeeld", dat wil zeggen om dat reusachtige lichaam perfect in beweging te krijgen, heeft de natuur dit dier twee hersenen gegeven. Die voor de waarneming e.d. zat daar waar het hoofd was en die voor de coördinatie van de bewegingen e.d in de buurt van het bekken.
Willy had een boon voor deze boeken en vroeg ergens in de laatste helft van de jaren 50 aan Vermeieren of hij een stripversie van De Rode Ridder kon maken en die zag er geen bezwaar in. Tussen 15 november 1959 en 4 januari 1960 zag het eerste avontuur van De Rode Ridder, Het Gebroken Zwaard als voorpublicatie in De Standaard het daglicht.
In de loop van het jaar 1960 kwam dit verhaal als album uit. Tegenwoordig is De Rode Ridder (ondanks het treurige heengaan van Karel Biddeloo (*1943 - +2004), na penoverdracht in het jaar 1969 de peetvader van De Rode ridder) samen met Suske en Wiske de enige stripreeks van Willy Vandersteen die nog steeds verschijnt.
De dialoog tussen Lambik en Johan over de gevangenen spreekt weer hilarische boekdelen, als men de tekst weer combineert met de tijd waarin Wattman verscheen. En ook het gesprek tussen tussen de hardhandig opvoedende vader en Jerom is pure ironie, want juist dat wat de vader wil zal eind jaren 60 intreden! De jongeren speelden harde, psychedelische rockmuziek, het haar werd steeds langer en onverzorgder en wassen deden ze zich ook niet dagelijks.
Jeroms verdere avonturen in de middeleeuwen zijn ook als satire bedoeld en hebben dus niets met het werkelijke leven in die tijd te doen.
Hierna landt Tram 7 met haar bemanning in het tijdperk van de barok, de 17e eeuw, waar koningen absolute heersers waren, zoals Lodewijk XIV (*1638 - +1715), bijgenaamd de Zonnekoning.
Zo is het natuurlijk niet moeilijk te raden wie met koning Lowie Katorze en het paleis van Versale bedoeld wordt.
Ook dit uitstapje van onze vrienden en hun begeleiders in het Frankrijk van de 17e eeuw is als pure satire bedoeld en zodoende is de historische werkelijkheid ook hier verre van waar.
Willy presenteert ons hier een absurd soort veldslag, waarin iedereen met plezier en lachend ten gronde gaat. Dit absoluut onzinnige gedrag der soldaten versterkt het surrealistische aan het geheel en laat de lezer ongelovig verder lezen. Hier en daar brengt Willy blijken van realiteit, zoals de generaals die zich laf van karakter buiten het slagveld bevinden en hun garnizoenen opofferen uit louter show. De soldaten worden hierdoor in hun bestaan gereduceerd tot kanonnenvoer!
De lezer krijgt hierdoor het gevoel van normaliteit terug, want zo is oorlog nu eenmaal en daarmee laat Willy weten wat hij over oorlog denkt, nl. een door machtswellustelingen in elkaar gezet scenario, waarin mensen niets waard zijn en glimlachend moeten aanvaarden dat de dood het enige is waarvoor zij vechten!
Door het lot van de bankrovers Ratmor en Pakmar in deze veldslag geeft Willy ons lezers bewust of onbewust een levensles! Het is nl. nooit te laat om zijn leven te beteren!
Op het einde van het avontuur in de 17e eeuw geeft Willy, nogal zwartgallig, een blijk van zijn opvatting dat vredestichters nooit kunnen winnen!
Samenvatting
Tijdens een wandeling door het bos ontdekken Suske, Wiske en Lambik een leegstaand oud trammetje met het nummer 7.Wiske laat het oude vehikel rijden, maar weet het niet te stoppen. Lambik grijpt in en stopt het gevaarte. Ze vragen zich af hoe zo'n tram zonder draad kan rijden en na wat zoeken vinden ze het antwoord, nl. een ingebouwde elektrische motor.
Lambik vraagt zich af, wie het trammetje daar heeft geparkeerd en besluit bij de trammaatschappij te vragen naar de herkomst van tram 7.
Bij de maatschappij krijgt Lambik echter een ontwijkend antwoord van de directeur, maar door vol te houden krijgt Lambik te horen waar hij voor kwam. Tram 7 werd jaren geleden vervangen door nieuwe wagens. De "Wattman", de bestuurder dus, zou ontslagen worden maar kon geen afstand nemen van zijn oude trammetje en verdween spoorloos met het rijtuig. Gezien de hoge ouderdom van de wattman hield de directie het voor gezien en liet de zaak rusten.
Die morgen kreeg de directeur plots een brief waarin met grote letters stond: "WATTMAN ZAL WEER RIJDEN!"
Lambik beschouwt die brief als een flauwe grap. Op dat moment rinkelt bij de directeur de telefoon. De man neemt op en met een luide stem horen Lambik en de directeur iemand dezelfde tekst zeggen die op de brief stond.
Ondanks alles houdt Lambik dit alles voor een flauwe grap maar belooft de directeur de zaak op te lossen, uiteraard tegen betaling.
Die avond keert Sidonia met de beide kinderen met een taxi terug naar huis. Midden in de stad duikt plots het rinkelende oude trammetje op. Meteen achtervolgt de taxichaffeur tram 7 om daarna bruusk te stoppen en de drie vervolgens de deur te wijzen. Sidonia en de kinderen gaan beledigd de straat op.
Niet lang daarna zien ze tram 7 weer om de hoeken scheuren. Meteen springen de twee kinderen op de tram om achter het geheim van het mysterieuze rijtuig te komen. De kinderen ontdekken voor in de tram een duistere, in een cape gehulde, persoon met een pet op, de wattman.
Wattman blijkt een vriendelijke oude man te zijn, die om zijn van zijn pensioen te kunnen genieten nog zeven ritten met zijn tram moet rijden.
Onze vrienden willen de zonderlinge oude man hierbij helpen en merken snel dat een gepassioneerde oldtimerverzamelaar, Oldays genaamd, achter tram 7 aanzit. De miljonair Oldays moet koste wat het kost tram 7 aan zijn verzameling oldtimers toevoegen. De man wil een wedstrijd houden en als wattman wint krijgt hij twee miljoen Belgische frank en als Oldays wint wordt tram 7 zijn bezit.
De wedstrijd begint en snel wordt het duidelijk, dat Oldays vals speelt. Om tram 7 te krijgen gaat hij zelfs over lijken en ramt een auto in een kanaal. Wattman redt hierop de vrouw, die aan het verdrinken is. Aan het eind van de rit ziet het er naar uit dat wattman verloren heeft. Diepbedroefd geeft hij tram 7 aan Oldays.
Suske en Wiske pikken dit niet en gaan op het domein van Oldays op onderzoek uit. Niet lang daarna ontdekken ze het vals spel van Oldays, maar worden hierbij betrapt. Oldays wil met de kinderen afrekenen, maar een jonge vrouw komt de kamer in lopen en Suske en Wiske herkennen in haar de vrouw die door Oldays in het kanaal gebeukt werd. Dit is voor Oldays te veel, want door zijn passie voor oldtimers was bijna zijn dochter dood gebleven. Vol berouw geeft hij wattman zijn tram 7 terug en de twee miljoen.
Dolgelukkig begint wattman aan zijn laatste zeven ritten en uitgerekend bij de laatste rit slaat het noodlot weer toe.
Twee uitgekookte bankrovers, Pakmar en Ratmor, gijzelen na een bankoverval tram 7, wattman en onze vrienden om door de wegversperringen van de politie te komen. Dit lukt, maar de twee gangsters hebben buiten de waard gerekend met Lambik. Volgens de aanwijzingen van Lambik stuurt wattman tram 7 naar het laboratorium van professor Barabas. Tram 7 breekt door de deur van het lab en verdwijnt in de teletijdmachine.
Na diverse avonturen in verschillende historische tijdperken weten onze vrienden de gangsters te overweldigen en zelfs te bekeren. Uiteindelijk weet professor Barabas tram 7 en haar passagiers terug te flitsen.
Zielsgelukkig weet wattman nu dat hij zijn doel bereikt heeft en verdwijnt stilletjes. Onze vrienden beginnen hem te zoeken, totdat Suske en Wiske terugkeren naar het bos, waar ze het trammetje voor het eerst gezien hebben. Prompt vinden ze daar het graf van wattman!!!
Hebben onze vrienden nu een geest geholpen de eeuwige rust te vinden?
Tekst: Alain Stienen
|
Lezers-recensiesWat vinden de lezers van dit verhaal?Bekijk de Lezers-recensies voor dit verhaal. Schrijf zelf een recensie. |







