Suske en Wiske op het WWW
Suske en Wiske op het WWW
Suske en Wiske

Willy Vandersteen


English Franšais

Willy Vandersteen Willebrord Jan Frans Maria Vandersteen werd op 15 februari 1913 geboren in de Antwerpse wijk De Seefhoek. Van jongsaf aan beschikte hij over een ruime mate aan fantasie. Op straat vertelde hij zijn vriendjes zelf verzonnen verhalen die hij vergezeld liet gaan van met stoepkrijt op de straat getekende afbeeldingen.

Op school kon Willy zijn aandacht niet echt bij de les houden. Na zijn tijd op de lagere school, hij volgde die in het St.-Eligiusinstituut in Antwerpen, schreef hij zich op dertienjarige leeftijd in voor een avondcursus beeldhouwen in de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Overdag ging hij in de leer bij zijn vader, die als beeldhouwer en ornamenteur werkzaam was. In weer en wind moest Willy in die tijd op de steigers staan om daar zijn ambacht uit te oefenen.

In 1928 werd hij lid van de scoutsbeweging. Een organisatie waar hij zich in zijn verdere leven steeds mee verbonden zou blijven voelen. In 1988 leidde deze verbondenheid er zelfs nog toe dat hij een speciaal Suske en Wiske album maakte, De wervelende waterzak waarvan de opbrengst deels bestemd was voor speciale projecten van Scouting in Vlaanderen en Nederland.
In de jaren dertig veranderde de bouwstijl. De architectuur werd soberder en de behoefte aan ornamenteerders nam snel af. Om niet werkloos te worden nam Vandersteen in die periode veel verschillende baantjes aan.
Op een goede dag werd hij etaleur bij het warenhuis Innovation. Tijdens het inrichten van een etalage kreeg hij op een goede dag een Amerikaans tijdschrift in handen dat hij doorbladerde om te zien of hij er ideeen voor de inrichting uit kon opdoen. Of de etalage mooi is geworden vermeldt de geschiedenis niet maar wel bekend is dat het oog van Willy in dat tijdschrift viel op een artikel met de titel "Comics in your life". Door het lezen van dat artikel rijpte bij Vandersteen het plan om zelf ook striptekenaar te worden.
In het personeelsblad van het warenhuis tekende hij een van zijn eerste strips: Les péripéties de Kitti Inno.

De tweede wereldoorlog heeft een grote invloed gehad op de carrière van Vandersteen. Omdat de Amerikaanse strips, die tot dan toe in de kranten stonden, in de oorlogsjaren niet konden worden gepubliceerd werd in Europa gezocht naar talent van eigen bodem. Willy greep deze kans met beide handen aan.
In die oorlogsjaren zette hij de eerste stappen op weg naar een onafhankelijk bestaan als striptekenaar. Strips als De lollige avonturen van Pudifar, Thor de holbewoner, Sinbad de Zeerover en De avonturen van Piwo het houten paard zagen het levenslicht.

Aan het eind van de oorlog bedacht hij zijn beroemdste en meest succesvolle creatie: Suske en Wiske.
De eerste aflevering van deze strip stond in "De Nieuwe Standaard" van 30 maart 1945. Alleen, de titel luidde niet "Suske en Wiske" maar "De avonturen van Rikki en Wiske". De uitgever, aldus Vandersteen, had op eigen houtje de naam van Wiskes broer gewijzigd. (Met de publicatie van het eerste nummer van De Tuf tuf club is dit verhaal definitief naar het rijk der fabelen verwezen.) Omdat Vandersteen achteraf ook niet geheel gelukkig was met de figuur Rikki (die teveel op Kuifje leek en te oud was om als volwaardig tegenspeler van Wiske te fungeren) liet hij deze aan het begin van het volgende verhaal (Op het eiland Amoras) verdwijnen.
In dat tweede verhaal verschijnt de huidige Suske op het toneel. De ontmoeting tussen hem en Wiske zou het begin blijken te zijn van een van de langst lopende en meest populaire strip-series van Europa.
Een grote bijdrage aan het succes werd ook geleverd door de verschijning van Lambik, als stuntelende "loodgieter-detective" in het derde verhaal (De sprietatoom). Vandersteen heeft later wel gezegd dat veel elementen van zijn eigen karakter in terug te vinden zijn in de persoon van Lambik.
De vaste kern van de serie werd compleet toen de ijzersterke Jerom in het verhaal De dolle musketiers als geheim wapen zijn eerste opwachting maakte. Nadat hij, door toedoen van Wiske en vooral Schanulleke, tot vriend was gemaakt bleef hij als vaste speler in de serie optreden.

Een verdere ontwikkeling in de carrière van Vandersteen kwam tot stand toen Hergé, de geestelijke vader van Kuifje, hem vroeg of hij verhalen wilde maken voor de Vlaamse editie van het weekblad Kuifje dat het op dat moment (1948) niet goed deed. Voorwaarde was wel dat`Vandersteen zijn tekenstijl, die door Hergé te volks werd gevonden, aanpaste aan de stijl van het blad.
De samenwerking tussen deze twee grootmeesters van het Europese beeldverhaal heeft geleid tot een aantal pareltjes uit het oeuvre van Vandersteen.
Hij tekende in totaal 8 Suske en Wiske verhalen voor Kuifje, die nu bekend staan als De Blauwe Reeks, en bovendien nog twee afleveringen van Tijl Uilenspiegel en vele pagina's van de gagstrip 't Prinske.
Hergé was zodanig onder de indruk van het werk van Vandersteen dat hij hem wel eens "de Brueghel van het beeldverhaal" heeft genoemd.

Naast de verhalen van Suske en Wiske heeft Vandersteen in deze beginperiode nog vele andere verhalen in de meest uiteenlopende genres getekend. Varierend van realistisch getekende SF-strips als Marscommando's op aarde tot karikaturaal opgezette reeksen als Het Plezante Cirkus en De Vrolijke Bengels.
Een serie die in dit overzicht zeker niet mag ontbreken is De familie Snoek. De belevenissen van dit gezin waren gedurende vele jaren zeer populair en vormen een goed voorbeeld van de zeer eigen humor van Vandersteen.

In 1951 ontstond een nieuwe succesvolle en langlopende reeks.
Samen met Karel Verschuere ontwierp Vandersteen de strip Bessy. Deze collie had eigenlijk Lassie moeten heten, inhakend op de destijds populaire films over dat dier. Omdat hij in dat geval echter te dicht bij de, voor een langlopende reeks te beperkte, scenario's van de Lassie-films moest aansluiten besloot Vandersteen om een andere naam te gebruiken.
De avonturen van de hond Bessy en zijn baasje Andy kenden een grote populariteit. Ook in Duitsland sloegen ze sterk aan. Dat buitenlandse succes zorgde er zelfs voor dat er in 1967 een speciale Bessy-studio werd opgericht. Deze studio leverde aan de lopende band verhalen af voor de Duitse markt, op een gegeven moment moest er elke week een verhaal afgeleverd worden.
Deze massaproduktie zorgde ervoor dat er in het Duits ongeveer duizend afleveringen van Bessy zijn verschenen. Voor de Nederlandstalige markt werden de beste verhalen vertaald en bewerkt. Het leeuwedeel van de verhalen is echter nooit in het Nederlands verschenen.

Willy Vandersteen heeft niet alleen bij Bessy gebruik gemaakt van een tekenstudio. Al vroeg kreeg hij behoefte aan medewerkers die hem werk uit handen namen. Omdat hij steeds weer nieuwe series en verhalen bedacht moest hij soms aan vier of meer produkties tegelijk werken. Dit was zelfs voor een harde werker als Vandersteen teveel gevraagd. Over het algemeen liet hij series, die hij zelf had bedacht en waarvan hij de eerste verhalen geheel zelf verzorgde, na enige tijd voor een groot deel over aan medewerkers. Dit gaf hem de gelegenheid om zich weer met andere projekten bezig te houden.
Reeds in 1959 zorgde deze gang van zaken voor de oprichting van Studio Vandersteen. Deze studio heeft vele talentrijke striptekenaars opgeleverd. Waarvan de meesten overigens nooit een grote naamsbekendheid hebben gekregen omdat ze steeds onder de naam van de meester aan hun reeksen werkten.

Met behulp van zijn studio zijn er van Vandersteen in de loop der tijd vele series en losse verhalen verschenen. Enkele belangrijke voorbeelden daarvan zijn behalve de al eerder genoemde ook nog:

De Rode Ridder
Deze reeks begon in 1959 en verschijnt nog steeds. De hoofdfiguur was gebaseerd op de gelijknamige held uit de jeugdboeken van Leopold Vermeiren. Tegenwoordig wordt de serie geschreven en getekend door Karel Biddeloo die de verhalen een geheel eigen aanzicht heeft gegeven en SF elementen in deze Middeleeuwse strip heeft ingevoerd.
Karl May
Toen de rechten op de verhalen van Karl May in 1962 vrij kwamen vroeg de Standaard Uitgeverij aan Vandersteen of`hij daar ook een stripreeks van wilde maken. Aanvankelijk zag Willy er niet veel in maar doordat Karel Verschuere er wel oor naar had werd er uiteindelijk toch begonnen met deze serie. Tot 1985 zijn er 87 albums verschenen met de belevenissen van Winnetou en Old Shatterhand. Een aantal van de verhalen is echter identiek aan albums die in de Duitse Bessy-serie zijn verschenen. Met slechts een paar kleine wijzigingen werden deze verhalen in beide reeksen uitgebracht.
Jerom
Het optreden van Jerom in de Suske en Wiske-reeks, waarin hij voor het eerst op het toneel verschijnt in De dolle musketiers (1953), was een groot succes. De figuur van deze krachtpatser sloeg zelfs zo goed aan dat Vandersteen besloot om hem zijn eigen reeks te geven die in 1960 van start ging.
Net als met Bessy was gebeurd viel ook Jerom zeer goed in de smaak bij de Duitsers. Analoog aan wat er bij de collie was gebeurd leverde dit uiteindelijk een studio op die speciaal voor de Duitse markt in hoog tempo verhalen afleverden. Van 1965-1973 bracht Wastl, zoals Jerom in het Duits werd genoemd, vele avonturen tot een goed einde in zijn gedaante als gouden stuntman.
Ook net als bij Bessy werden de beste, of misschien is het beter om in dit geval te spreken van de "minst slechte" verhalen ook in het Nederlands in album uitgegeven.
Nadat de serie in Duitsland was gestopt onderging de reeks Jerom in Nederlandse uitvoering nog een paar keer een gedaantewisseling voordat in 1991 het laatste verhaal verscheen.
Biggles
Van deze avonturen- en spionagereeks die was gebaseerd op de boeken van W.E. Johns verschenen in de periode 1965-1970 21 verhalen. Het was een realistisch getekende serie waaraan een eind kwam toen Vandersteen het plan opvatte voor een alweer een nieuwe reeks: Safari.
Safari
De inspiratie voor deze jungle-reeks deed Vandersteen op tijdens een reis naar Afrika, eind jaren 60. Bovendien zijn de verhalen duidelijk gebaseerd op de destijds populaire tv-serie Daktari. De serie behoort evenals Biggles tot het realistische genre.
Van deze reis nam de schrijver ook een apenschedelfetisch mee. Dit souvenir speelt een rol in één van de verhalen, iets wat Vandersteen vaker deed. Ook in andere reeksen en verhalen komen voorwerpen voor die Vandersteen van zijn reizen meenam.
Bij het grote publiek sloegen de Safari-verhalen niet echt aan. Door dat gebrek aan succes zijn er niet echt veel albums van verschenen. In de periode 1969-1974 zijn er 24 verhalen gepubliceerd.

Van veel series tekende Vandersteen slechts de eerste verhalen en beperkte hij zich later tot het aanleveren van scenario's voordat hij ze geheel uit handen gaf. Zijn meest succesvolle creatie Suske en Wiske bleef hij echter door de jaren heen grotendeels zelf in handen houden. Welliswaar zorgden studiomedewerkers op een gegeven moment voor de uitwerking van de verhalen maar de scenario's en basisschetsen voor de tekeningen bleven van zijn hand komen.
Dit veranderde pas in 1972. In dat jaar begon Vandersteen met de reeks Robert en Bertrand, een idee waar hij al lang mee rond liep. Omdat hij al zijn energie in dat nieuwe projekt wilde stoppen gaf hij de verantwoordelijkheid voor Suske en Wiske vanaf dat jaar over aan zijn naaste medewerker Paul Geerts. Deze had in de voorafgaande jaren al bewezen dat hij deze taak goed aankon en heeft nu nog steeds de geesteskinderen van Willy Vandersteen onder zijn hoede.

In 1985 startte Vandersteen met zijn laatste serie. Deze speelde zich af in de 16e eeuw, een tijdperk waar hij altijd zeer veel bewondering voor heeft gehad. De titel van deze reeks is De Geuzen. Het eerste verhaal De zeven jagers werd nog gevolgd door 9 andere delen voordat Vandersteen op 28 augustus 1990 kwam te overlijden. Op zijn eigen verzoek is deze serie na zijn dood niet door een studiomedewerker overgenomen.



Bronnen

Bibliografie Willy Vandersteen : van Kitty Inno tot De Geuzen / Rolf De Ryck. - Antwerpen : Standaard Uitgeverij, 1994
Biografie Willy Vandersteen : de Bruegel van het beeldverhaal / Peter Van Hooydonck. - Antwerpen : Standaard Uitgeverij, 1994
Ik vier het elke dag ... : Willy Vandersteen 65 / Erik Durnez. - Antwerpen : Standaard, 1978
Suske en Wiske / samengest. door Har Brok en Rob van Eijck ; met medew. van Wim van Helden en Jan Smet. - Zeist : Vonk, 1981. - (Stripschrift special)
Suske en Wiske 50 jaar / Peter Van Hooydonck. - Antwerpen : Standaard Uitgeverij, 1995
Aanvullende informatie over Safari werd geleverd door Tom Wilequet, de kleinzoon van Willy Vandersteen.