Suske en Wiske op het WWW
Suske en Wiske op het WWW
Suske en Wiske

De 7 schaken


Vorige Index
Index
Volgende

Rode reeks no. 245 (1e druk: september 1995)

De 7 schaken In september 1995 kwam een extra dik album als eerste druk op de markt om het vijftig-jarig bestaan van de Suske en Wiske-reeks te vieren. Dit album werd al snel onder fans en liefhebbers gevierd als een van de beste verhalen van de hand van Paul Geerts (zie hiervoor de hitparade op deze site.). Dit bijzondere album heeft als naam : De 7 Schaken.

Paul Geerts wilde ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Suske en Wiske zijn leermeester en tevens vriend huldigen met een verhaal over zijn jeugd. Wat er uitkwam is echter méér geworden; De 7 Schaken is niet alleen een ode aan Willy Vandersteen, maar tevens een huldiging aan de stad Antwerpen en haar bewoners!

Vrij vaak duiken in dit verhaal de begrippen "Sinjoor" en "Pagadder" op. Een "Sinjoor" is een Antwerpenaar, die geboren is in Antwerpen en waarvan de ouders ook Antwerpenaren zijn. Hoewel de naam "Sinjoor" heden ten dagen door bepaalde Antwerpenaren met trots gedragen word, is het ook een spotnaam, die zijn oorsprong vindt in de Spaanse Bezetting tijdens de 80-jarige oorlog. Een sinjoor was vroeger de bijnaam voor collaborateurs. De Spaanse bezetters lieten zich vroeger steeds met señor aanspreken. Natuurlijk waren er ook Antwerpenaren bij die hielenlikkers waren en naar de gunst dongen van de bezetters. Deze mensen werden door de échte Antwerpenaar over één kam geschoren met de Spaanse bezetters en kregen de spotnaam senores. Door vele generaties van taalverbastering werd het uiteindelijk sinjoor. Een pagadder is iemand, die geboren is in Antwerpen, maar waarvan de ouders geen geboren Antwerpenaren zijn.
De oorsprong van dit woord is tevens in de Spaanse bezetting te zoeken. Een Pagador is Spaans voor betaalmeester. Dit waren officieren, die belast waren met voeding, betaling en met de kleding van de soldaten. Die ging men dan halen bij de bevolking. Zodoende zagen de Antwerpenaren een pagador liever gaan als komen. Pagadoren traden ook vaak streng op en doodden ook mensen die niet aan de eisen voldeden. Zo werd een pagador, pagadder in het Antwerps, ook gelijkgesteld aan bandiet of schurk.

Paul Geerts voert in dit verhaal ook diverse prachtige Antwerpse locaties ten tonele, zoals het Stuivenbergplein (Hier is het ouderlijke huis van Willy Vandersteen te vinden op nr. 49. Deze wijk was vroeger een arme wijk en werd de Seefhoek genoemd, ontleend aan het plaatselijke bier Seef, wat hier gebrouwd werd.) en Het Steen.
Het laatst genoemde gebouw werd tussen Het Steen 1200 en 1225 opgebouwd als verblijfplaats voor de markgraaf. Aan het begin van de 15e eeuw werd het een beruchte gevangenis, waarvan in 1421 de burchtmuur gedeeltelijk gesloopt werd. Ca. 1520 werd Het Steen weer opnieuw opgebouwd. Nu is er, sinds 1952, het Nationaal Scheepvaartmuseum gevestigd.
Paul Geerts tekende in het verhaal overigens de huidige versie van het Steen. In de jaren '20 (waarin het avontuur zich afspeelt) zag het er gebouw er iets anders uit. In de huidige situatie ontbreekt onder andere een torentje en onderaan de trap van Het Steen, waar tegenwoordig het beeld van De Lange Wapper (de Antwerpse kwelduivel uit o.a. De Zwarte Madam) staat was vroeger een beeld van een leeuw te vinden. In De Zwarte Madam is het extra torentje te zien wanneer Lambik over het Noorderterras richting Steen loopt en een silouet van het leeuwtje wanneer Suske en Wiske belast met tante Sidonia uit het Steen vluchten.
Verder komen ook de Grote Markt (waar sinds 1887 Brabo, het beeldhouwwerk van Jef Lambeaux, prijkt.), het Vleeshuis en de Antwerpse haven nog in het verhaal voor.

Hoe kreeg de stad Antwerpen haar naam?
Er bestaan verschillende sagen en de bekendste is die van Jean Lemaire des Belges van rond het jaar 1512. In deze versie van de sage was Silvius Brabo, een Romein, wapenmaker en tevens vriend van de veldheer Julius Caesar (* 100 voor Chr. - + 44 voor Chr.). Na de succesrijke veldtochten tegen de Galliërs verpoosden de twee in Kleef. Brabo verveelde zich stierlijk en ging op zekere dag op jacht. Plots zag hij op een rivier een zwaan die een boot voortsleepte. Hij sprong erop en liet zich meeslepen. De zwaan stopte bij een kasteel. Hier hield men Swane, de zus van Caesar en tevens weduwe van de koning van Tongeren, gevangen. Brabo bevrijdde haar en vroeg haar om haar hand. Ze trouwden met elkaar en Brabo kreeg van Julius Caesar als huwelijkscadeau het land tussen de Oostzee en het land der Nerviërs. Brabo was zo de eerste hertog van de streek, die men naar hem noemde: Brabant.
In die tijd leefden aan de rivier de Schelde de Oude Belgen rustig van de jacht, visvangst en handel, totdat de reusachtige Druon Antigoon kwam. (Volgens andere bronnen is de brute reus "geleend" uit de Griekse heldensagen. Ook hier is er een reus te vinden die uit plezier mensen ledematen afhakte.) Hij vestigde zich, bouwde een kasteel en hief tol op alle scheepsgoederen die langs de Schelde werden vervoerd. In het begin ging alles goed, totdat zijn eisen op tol steeds hoger werden. Degene die er niet aan voldeed werd meteen de hand afgehakt. Onder de slachtoffers van de reus waren ook verscheidene mannen van Silvius Brabo.
Brabo wilde er het fijne van weten en ging de reus opzoeken. Op zijn tocht ontmoette hij zeven jongelingen ; Willmaers, Impegem, Paepe, Aleyns, Volkaert, Bode en Hoboken. Deze wilden trouwen, maar hadden niet genoeg geld. Ze wilden dat verdienen door dierenhuiden te verkopen. Als transportmiddel hadden ze een schip, maar ze wilden niet de tol aan Druon Antigoon betalen. Zodoende besloten ze de reus te doden en Brabo kwam hen gelegen. Zo gezegd, zo gedaan! Terwijl de reus de huiden aan het tellen was sprongen de jongelingen te voorschijn en met hun kruisbogen schoten ze de reus overhoop. Na dit bloederige tafereel hakte Brabo de reus de hand af en wierp ze in de Schelde. Aan deze handworp ontleende Antwerpen dus haar naam. Na verlost te zijn van de tirannie van de reus werden de zeven dappere jongelingen stamvaders van de belangrijkste families in Antwerpen met zeer hoge stedelijke functies.
Brabo ging met Julius Caesar terug naar Rome. Daar werden beiden vermoord in het jaar 44 voor Christus door Brutus, de aangenomen zoon van Julius Caesar, en zijn samenzweerders uit de Romeinse senaat.
In het familiewapen van de zeven jongelingen zijn altijd schaakborden afgebeeld, zo kregen de jongelingen de naam: de zeven schaken.

De poesjenellen 'De Neus' en 'Warm Joke' Wie het verhaal leest vallen beslist vele volkse figuren op die synoniem staan voor de Antwerpenaren met hun eigenschappen. De Neus, de Schele, Mie Katoen, warm Joke, dikke Mit en zwarte Jef zijn zulke figuren, om er maar enige te noemen, waarbij de eerste twee uit de Antwerpse Poesje (oftewel poppentheater) komen en daamee poesjenellen (poppenpersonages) waren. Mie Katoen daarentegen heeft werkelijk bestaan.

Opvallend in dit verhaal is ook de hardhandige opvoeding der kinderen niet alleen door de leraars, maar ook door de ouders zelf. Een pak slaag op tijd was vroeger heel normaal, maar nu heden ten dage verwerpelijk!

In dit verhaal geeft Paul Geert zichzelf ook een rol als geheimzinnige onbekende en maakt zich eerst bekend aan het einde van het verhaal. De rollen van de zeven jongelingen, die Brabo helpen de reus te verslaan, worden overgenomen door Suske, Wiske, een piepjonge Lambik, een niet minder oude Jerom, een kleine Barabas, tante Sidonia en... een jeugdige overbekende Antwerpenaar in hart en ziel, Willy Vandersteen.

Wie meer wil weten over het leven en werk van Willy Vandersteen vindt op deze site een beknopte biografie. Degene voor wie dit nog niet genoeg is zal zijn hart kunnen ophalen in de biografie van Willy Vandersteen door Peter van Hooydonck. (Te verkrijgen in een foedraal samen met de bibliografie van Willy Vandersteen door Rolf de Ryck.)

Tijdens de wandeling door Antwerpen komt men ook langs de oude school van Vandersteen, tegenwoordig het Sint-Eligiusinstituut. Bij dit gebouw maakt tante Sidonia de opmerking "Toen zag die school er heel anders uit, hoor", wat door de gemakerde Paul Geerts wordt beaamd. De opvolger van Vandersteen weet uit eigen ervaring hoe de school er vroer uitzag omdat hij er zelf ook op heeft gezeten.

In 2014 werden via verzamelaarssite Catawiki alle originele pagina's van De 7 schaken geveild. De tekeningen brachten samen € 85.000 op.

Samenvatting

Op een dag merkt Sidonia, dat een onbekende het huis aan het observeren is. Lambik treedt in actie en maakt op een hilarische manier kennis met de brievenbus van tante Sidonia. De onbekende is natuurlijk al lang verdwenen. Sidonia wil nu door Antwerpen wandelen en alle plekken bezoeken die wat De route door Antwerpen met hen te maken hebben. Tijdens de rit ziet Wiske de onbekende weer. Op het Stuivenbergplein ontmoeten ze Jerom, die voor het geboortehuis van Willy Vandersteen staat. Sidonia wil alle plaatsen bezoeken, die iets met Willy Vandersteen te doen hebben. Het duurt niet lang of de onbekende duikt weer op en staat weer te luistervinken. Alweer ziet Wiske hem en de onbekende besluit het hazenpad te kiezen. Lambik geniet van de sfeer van de Seefhoek en wenst zich terug in de tijd. Inmiddels is de geheimzinnige weer teruggekeerd en hoort de wens van Lambik. Ondertussen komt Lambik vast te zitten in een versgegoten betonblok waar hij door Jerom uit wordt geholpen.
Na de wandeling besluit tante Sidonia op een ijsje te trakteren en dan naar huis te rijden. De geheimzinnige wil hen voor zijn. Onze vrienden komen thuis en in de woonkamer staat de onbekende al op hen te wachten. De onbekende wil hun droom door middel van een vloeistof uit het Verre Oosten waarmaken en deze droom is een bezoek in het verleden van het Antwerpen uit de jaren 20 van de 20e eeuw. Onze vrienden drinken de vloeistof en slapen in en... ontwaken in de Seefhoek in het jaar 1925!

Lambik en Jerom zijn nu pubers zoals Suske en Wiske. Tante is als enige volwassen en is de voogdes van de vier kinderen en ze zijn juist naar de Seefhoek verhuisd.
Even later maken ze kennis met een jongen, die handig met krijt overweg kan en kruistochten etc. op de stoep tekent. Deze jongen is Willy Vandersteen. Willy besluit hun in zijn bende op te nemen.  
De dag daarna gaan Suske, Wiske, Lambik en Jerom naar de St.-Eligiusschool en maken er kennis met broeder Nestor. Hij leidt de klas, waar Lambik, Suske, Jerom en Willy Vandersteen in zitten. Broeder Nestor heeft een niet al te hoge dunk van Lambik en Willy. Lambik is voor hem niet de snuggerste en Willy droomt teveel. Alleen de kleine Barabas komt er goed van af.
Tijdens de pauze schiet Lambik met een bal de ruit aan diggelen. Broeder Nestor tracht de dader te ontmaskeren. Iedereen houdt de mond, maar Lambik wordtverraden door de kleine achterbakse Krimson.
Willy Vandersteen en zijn bende De kleine Barabas wil in de bende van Willy opgenomen worden en moet daarbij diverse tests doorstaan. Dit gaat niet van een leien dakje, want de bende krijgt het aan de stok met een agent en een andere bende. Tijdens het gevecht met die andere bende grijpt de toevallig voorbij gekomen Wiske in en Barabas probeert het verloop van het gevecht te beïnvloeden door op klassieke manier (ja, ja, Asterix zou zich nu thuis voelen!) rotte vis te smijten. De toevallig voorbij rijdende vader van Barabas krijgt de vis hardhandig op zijn voorgevel. Barabas' papa gelooft zijn ogen niet, wie voor deze vis- attack verantwoordelijk is en neemt kwaad zijn zoon mee naar huis.
Daarna gaan de kinderen naar huis en met veel moeite krijgt Sidonia de kinderen naar bed.

Die nacht droomt Wiske onrustig over de godin Minerva, die plots uit de Schelde opduikt en via de haven naar de Grote Markt schrijdt om bij het standbeeld van Brabo stil te staan. Zij mijmert over vergane tijden en verlangt nog eens naar het gevecht, dat Brabo samen met de zeven edellieden gevoerd heeft tegen de reus Antigoon. Zij geeft toe aan haar gevoelens en besluit Brabo terug te laten keren en de zeven edellieden te laten vervangen door zeven nieuwe!
De dag erna staat de stad Antwerpen op haar kop. De figuren van Brabo en Antigoon op het standbeeld zijn verdwenen!
Iedereen is radeloos. Wiske vertelt, dat het de godin Minerva was die hen heeft laten verdwijnen. Wiske wordt voor gek verklaard. De jongens willen het zelf zien en lopen naar de Grote Markt alvorens Willy af te halen. Na enkele grappen en grollen uitgehaald te hebben, worden ze door tante Sidonia afgehaald. Lambik weet er met Willy er tussenuit te piepen en zij lopen naar de haven.
Tegen de avond willen de jongens naar huis en horen in een verlaten steeg vreemde geluiden. Ze gaan op onderzoek uit en treffen er tot hun verwondering de levend geworden Brabo aan. Ze verstoppen hem op een oude boot. Daarna gaan de jongens naar huis toe.
Ondertussen is het ontzettend laat geworden en Willy probeert ongemerkt via de achterdeur naar binnen te glippen. In een oude koffer vol met toneelkostuums weet Willy nog een Romeinse harnas met helm te vinden. Lambik trekt het harnas aan en waant zich nog al luidruchtig als Julius Caesar.
Willy krijgt van zijn vader een hardhandige uitbrander omdat hij te laat naar huis komt. Lambik weet te vluchten en gaat door de verlaten straten naar huis. Hij merkt echter niet dat hij door Krimson gevolgdt wordt. Die vraagt zich nl. af waar Lambik en Willy vandaan kwamen op een zo laat tijdstip.

Thuis aangekomen maakt Lambik zoveel lawaai dat iedereen er van wakker wordt. Lambik vertelt wat hij samen met Willy beleeft heeft. Onze vrienden besluiten Brabo te helpen en gaan hem kleren brengen. Krimson volgt hen ongemerkt.
Barabas wil een beveiliging rond het schip, waar Brabo zich schuilhoudt, bouwen en ze gaan het materiaal ervoor halen. Hierbij merken ze dat Krimson hun geheim ontdekt heeft. Jerom maakt er korte metten mee en zet Krimson in een bootje zonder roeiriemen op de Schelde. Krimson zweert zich te wreken. De kinderen bouwen de beveiliging en gaan weer terug naar huis.
Krimson is ondertussen weer aan de oever en probeert op het schip te komen. Het mislukt en hij belandt in de modder rondom het schip.
Die avond brengen Sidonia en Wiske eten naar het schip en worden achtervolgd door Krimson. Sidonia gaat aan boord en betrapt Brabo met Minerva. Jaloers begint Sidonia een babbeltje te houden met de twee. Minerva vindt dat alles behalve leuk.
Buiten wordt Wiske tijdens een plenzende regen neergeknuppeld door Krimson. Die sluipt nu aan boord en ziet zijn vermoeden bevestigd dat Willy en zijn bende Brabo verstopt houden. Hij gaat weer van boord en besluit de reus Antigoon te vinden. Sidonia, die nu ook van boord gaat, vindt de bewusteloze Wiske. Zij brengt het kind terug naar huis. Hier wordt Wiske weer tot bewustzijn gebracht en ze vertelt dat het Krimson was die haar neersloeg.

Het gevecht met de reus Na een harde dag op het St. - Eligius gaan de kinderen weer naar huis. Ze zien er Krimson en willen met hem afrekenen. De angstige Krimson vlucht en vindt in de gewelven van Het Steen een schuilplaats. Hij is er echter niet alleen! De reus Antigoon is er ook! De beide besluiten nu de Schelde weer onveilig te maken. Krimson gaat tol heffen en als de schippers niet willen betalen boort de reus gaten in de boten, waardoor ze zinken!
De eersten moeten er al aan geloven en na een tijd heerst er in Antwerpen paniek. Tante en de kinderen gaan Brabo over het gebeuren inlichten. Hij wil er meteen op af, maar Lambik hindert hem hierbij. Ze besluiten eerst inlichtingen te winnen bij de gedupeerde schippers en prompt krijgen ze te horen, dat niet alleen Druon Antigoon er achter steekt, maar ook Krimson.
De scheepvaart op de Schelde ligt nu zo goed als lam. Barabas heeft echter een plan om zowel de reus als Krimson uit te schakelen. Ze kalefateren een schuit op met enkele geraffineerde trucs en varen de Schelde op. Krimson ziet de schuit, komt aan boord om tol te heffen en ontdekt er onze vrienden. Onmiddelijk springt hij weer terug in zijn sloep om de reus te waarschuwen. Deze komt ook prompt en wordt na een vreselijk gevecht verslagen. Het levenloze lichaam van de reus ligt nu op de oevers van de Schelde en wacht op Brabo.

Paul Geerts Krimson wil zich wreken en probeert Brabo met een riek uit te schakelen. Door de komst van onze vrienden en een menigte druipt Krimson af. Triomfantelijk wordt Brabo op een schild Antwerpen naar binnen gedragen. Iedereen huldigt hem en onze vrienden. Bij het ontzielde lichaam van de reus herhaalt hij het ritueel; hakt de reus de hand af en werpt ze in de Schelde.
Op de plaats waar de hand het water raakt duikt plots Minerva, de godin, op om hulde te brengen aan de zeven dapperen.
Brabo kruipt terug op het standbeeld en wordt weer tot het symbool van de stad. De vaders van Willy en Barabas komen ook opdagen en de twee verwachten weer een uitbrander, maar... integendeel! De twee mannen hebben niets dan lof over voor hun zonen.
Sidonia, Suske, Wiske, Jerom en Lambik voelen zich plots heel raar en... worden wakker op het bankstel in het huis van Sidonia. Lambik en Jerom zijn weer volwassen en alles is weer zoals het hoort.
De geheimzinnige vraagt nu hoe hun gemeenschappelijke droom was en onze vrienden antwoorden met : "FANTASTISCH!"
De onbekende gaat nu weer weg, zonder zich aan onze vrienden voor te stellen. Alleen wij, de lezers, komen achter het geheim van zijn identiteit! Het is niemand anders als... Paul Geerts!



Samenvatting: Alain Stienen
Met dank aan Tom Metdepenningen voor aanvullende informatie en de afbeelding van de poesjenellen.

Aankondiging in 'De Standaard' Hertekende cover